13895

gedicht
4 december 2019

(de klank van een middeleeuws gebouw bouwen)

eenstemmig gezang
eeuwenoude weerkaatsing
kromme houten bank

13962

gedicht, haibun, vrij
11 november 2019

Stilte bestaat hier niet. Het gromt, klopt en bonkt tot het donker wordt. Als de mens zijn werk heeft gedaan, schreeuwt hij. Als hij schreeuwt heeft hij geen boom zien groeien, geen baksteen zien tobben in verval.

er is een groot verschil tussen
de mens en zijn werken en
de stilzwijgende weidsheid
die er buiten is

nu niet langer wachten
op het ongebeurde,
nu vluchten voor wie ons weghoudt
van open luchten en volle zee

van dat oneindige verdwijnen
het bekken omsloten en kopje onder
in het wonderlijk kolken
van de onderstroom

13954

gedicht, vrij
3 november 2019

in de voetstappen die ze achterliet
gleden langzaam kiezels, toen zand, toen hoornig vlies
de aarde raakte verweerd
het water bleef niet staan na regen

haar wollen sjaal was de afgrond op tafel
middeleeuws ogende straatstenen gisteren gelegd
januari leek lente van achter glas

nu is ze vrij van wat ze achterhield die dag
rijzen wolkenbergen achter de kale bomen die ons knevelden

13948

gedicht, sonnet
28 oktober 2019

“Mis je haar?”

ik was niet meer met haar bezig
tot kort voor vandaag
maar nu je het zo stelt…
wat een goede vraag.

Suzuki schreef een keer
dat het ego zichzelf vergeet
en juist toen ik dát nodig had
was dat wat ze met me deed

het waren zeker mooie dagen
een oase in de woestijn
maar het bracht ook onbehagen

het is goed zo en ook wel klaar.
alleen nu je het zo vraagt,
ja, dan mis ik haar.

13947

gedicht, haibun

27 oktober 2019

Boven de zwart geworden contouren van de stad hangt een laatste cirruswolk als zijn eigen schaduw in het vervagend blauw van de avondlucht. Twee glasbakken rinkelen om het hardst. De wind die de nachten kouder heeft gemaakt gaat voldaan liggen, een man hangt lege tassen aan zijn fiets.

 

als watervlekken
groeien de nachtschaduwen
de kozijnen in

13942

gedicht, haibun, haiku
22 oktober 2019

vijf uur ’s morgens, een kerkklok, een sirene, dan stil. Theezakjes, een plant die om zich heen grijpt. Donker dat straks langzaam van het balkon zal lekken, tot grommend en percussief de mens de dag aanbreekt. Opnieuw beginnen, maar hoe?

 

grote, kleine geest
na openen van gordijn
de hele wereld

13939

gedicht, haiku
19 oktober 2019

uit hoop geboren
groeit uit lege oliefles
nieuwe plantenstek

13938

gedicht, vrij
18 oktober 2019

nu bekend is dat ze terugkomt
moeten de gaten dichtgespijkerd
de boot vlotgetrokken, leeggehoosd
de buik afgevlakt
het kielzog ingetrokken

nu bekend is dat ze terugkomt
kruipt nieuwe ouderdom gewrichten in
groeien bomen omhoog:
de grijze lucht geeft ze daar water

nu bekend is dat ze terugkomt
koop ik weer die jas tegen de regen
en schoenen tegen de bollende sneeuw
die dromerig haar borst uitsmelt

13934

gedicht, vrij
14 oktober 2019

het kunstlicht schijnt hier feller
dan in woonkamers die waarvan ik nog weet
waarin halfontklede vrouwen ’s avonds laat voor de spiegel staan
en ik mijn handen op hun heupen leg

‘je moet niet bang zijn om gelukkig te zijn’ wordt er gezegd
dus laven we ons aan het geluid van voetstappen in een steeg
voor altijd voortschrijdend
voor altijd verdwaald in het verraad van de rechte lijn

13931

gedicht, vrij
11 oktober 2019

fotoafdruk in het grind
herinnering in hippiejurk
valt uit een boom de fontein in
baadt nog altijd stralend en dierbaar
in het licht dat op haar viel die dag

13925

gedicht, vrij
5 oktober 2019

Ondanks dat ik weet
dat hij onder dat gras
langzaam zijn vorm verliest
en ik een naar beeld heb
van hoe dat oogt

ondanks dat ik weet
dat hij me niet horen kan
slechts een homp moleculen rest
die nog ergens op hem lijkt
– nee niet aan denken –

leg ik een hand op het zand rondom zijn steen
zeg dat ik het ben
dat ik hem mis

nog altijd

13924

gedicht, vrij
04 oktober 2019

(Aan L.)

of ik door je ogen kan zien
hoe je vanuit je bed keek
hoe de ruimte eromheen
steeds kleiner werd

of ik door je ogen zie
ons geboortejaar, hetzelfde tijdperk
hoe vanuit dat bed die wereld
langzaam verstikkend werd

en hoe je,
toen het leven tot aan het matras was weggevloeid
er voorzichtig draaiend met één been
en toen je hele wezen

uitstapte.

(rust zacht)

13919

gedicht, haiku
29 september 2019

(haiku op bankje
in de stromende regen
in het Zocherpark):

haringgrijs herfstlicht
op natuur nog los gekleed
in haar zomerjurk

13917

gedicht, vrij
27 september 2019

IJkpunt (voor M.N.)

verjaardagen zijn een ijkpunt
overspoeld worden door wie aan je denkt
afstanden doen rillen en
zonder twijfel wachten op een antwoord

in de praktijk die de wereld is
(zo heet dat)

reflecteren glazen gebouwen
de dag die had kunnen zijn
blijven zintuigen kleven
tussen donkerbroze voogden

in de praktijk die de wereld is
(zo noemen ze dat)

stijgt je hand niet langer op naar de klink
blijven deuren hangen in het slot
versperd voor schouders, voor liefs, voor pijn
doet niemand meer open

om te zien dat we er nog zijn (echt).

13913

gedicht, haibun
23 september 2019

Vóór zonsopgang, vóór de ochtendspits. Eigen voetstappen komen boven het verkeersgeluid uit, zachte regen ruist fluisterend over de gracht. Café’s worden vast met drankvatten gevuld, een klok schijnt als een maan. Een montere man werpt een hartelijk ‘goedemorgen!’ door een stevige wolk sigarettenrook. Knikkend naar de stenen gebouwen zwengelt hij een bladblazer aan, die hees bulderend de dag begroet. Het zijn de nieuwe hanen, ze liefkozen de belofte en wenken de zon.

vlak voor equinox
ochtendlicht nog niet feller
dan de daglichtlamp

13909

gedicht, haiku
19 september 2019

in een donker huis
houden twee boekenkasten
de muren uiteen

13908

gedicht, vrij
18 september 2019

kerkklokken in de morgen
geven wat ze hebben en zich herinneren
het beieren hult zich in een zwarte overjas
tussen de paden die we dagelijks gaan
gonst de boevenklok als een begrafenisbel

13858

Uncategorized
30 juli 2019

even vakantie
daar knap je van op
al is het maar kort
en al is het maar klein

we gaan er van uit
dat later bij thuiskomst
alles wat dringt nog
steeds dringend zal zijn

begin september terug met nieuw materiaal!

13833

proza
5 juli 2019

Soms vraag ik me af of ik vriendschappen heb die niet zo sterk zijn als ik verwacht, vriendschappen die de anderen slechts in stand houden omdat ze me zo aandoenlijk vinden, maar waar ze eigenlijk geen zin meer in hebben. Meestal ontdek ik het tegenovergestelde; dat er weer iets te doen was, dat ik me tijdenlang heb afgezonderd in bos en boeken en bladmuziek, dat ik bij hernieuwd verschijnen in kussen en knuffels wordt gebaad. Dan voel ik dat we zo op elkaar kunnen rekenen dat het van godsgeluk schuurt.

Er valt licht naar binnen. Op tafel staat een pan vergeten eten.