13287

Brieven aan S, proza

4e brief aan S.

Lieve S,

vandaag is een dag waarop je kiezen moet tussen opkrullen in kunstlicht of het echte licht omarmen. Wolken doorkruisen de late morgen en werpen schaduwen die bestaan, maar niet herkend worden. De wind fluit er een wijsje bij. De mensen dromen: was het maar lente, vlogen de zwaluwen hier maar vast boven, dan joelden de knoppen van het water aan dunne boomvingers zonder bast.

Maar het is winter. De mist zit in de ramen en wil niet naar buiten. Een meeuw zonder benen worstelt zich vreugdeloos door de atmosfeer.

Kom je nog wel eens in Scheveningen?

Liefs,
H.

12349 – 3e brief aan S.

Brieven aan S, proza

Lieve S.,

 

het is wonderlijk hoe koud de morgen nog kan aanvoelen op een dag die tropisch warm zal worden. Binnen geeft de thermometer 21 graden aan; in de winter zouden we beginnen te zweten, maar het is geen winter en een mens went aan bijna alles. Kippenvel. Het is een morgen om naar het strand te gaan, niet om te zwemmen maar om er te slenteren in je veel te lange broek en om het zand naar binnen te voelen stromen door je kapotte, stoffen schoenen.

 

Ik heb van je gedroomd vannacht. We hadden een fiets die op vier verschillende manieren in elkaar geschroefd kon worden, en we begrepen er beiden niet veel van. Dat was in orde, omdat we eigenlijk niet weg wilden.

 

Na zulke dromen mis ik je.

 

H.