14025

gedicht, haiku
12 januari 2020

dit drassig weiland
een boom hangt in het water
trekt de aarde scheef

14024

gedicht, haiku
11 januari 2020

de Lange Poten
vertrapt achter een bankje
ligt een open boek

14022

gedicht, haiku
10 januari 2020

net voor Rotterdam
in de vroegte spoort een zwaan
nors de treinen aan

14021

gedicht, haiku
9 januari 2020

onder stenen boog
de stem die uit het oor is
wordt niet vergeten

14020

gedicht, haiku
8 januari 2020

de kraai overschreeuwt
zingende morgenvogels
te vroeg in het jaar

14019

gedicht, haiku
7 januari 2020

trillende stemmen
langs oude schilderingen
dag van overdaad

14018

gedicht, vrij
6 januari 2020

net na het einde
net bij het begin
graveerde snel verval kabaal
ingebroken draad en vallend staal

14017

gedicht, haiku
5 januari 2020

een raam met barsten
hier buiten in de schemer
ontsteekt plots een licht

14014

gedicht, haiku
2 januari 2020

de tweede avond
gordijnen en stroomuitval
bewaken de poort

14013

gedicht, haiku, met foto
1 januari 2020

nieuw jaar, eerste licht
de lucht nog vol vocht en kou
stad draagt misten jas

14007

gedicht, haibun, haiku

De avond van Tweede Kerstdag. Mensen gaan naar huis, in het centrum groeit de Domtoren ver de hemel in. Vanmorgen in de nevel werd Utrecht elders, dreef Groningen op het gras.

een beschonken man
het einde van zijn latijn
schalt door de straten

13895

gedicht
4 december 2019

(de klank van een middeleeuws gebouw bouwen)

eenstemmig gezang
eeuwenoude weerkaatsing
kromme houten bank

13962

gedicht, haibun, vrij
11 november 2019

Stilte bestaat hier niet. Het gromt, klopt en bonkt tot het donker wordt. Als de mens zijn werk heeft gedaan, schreeuwt hij. Als hij schreeuwt heeft hij geen boom zien groeien, geen baksteen zien tobben in verval.

er is een groot verschil tussen
de mens en zijn werken en
de stilzwijgende weidsheid
die er buiten is

nu niet langer wachten
op het ongebeurde,
nu vluchten voor wie ons weghoudt
van open luchten en volle zee

van dat oneindige verdwijnen
het bekken omsloten en kopje onder
in het wonderlijk kolken
van de onderstroom

13954

gedicht, vrij
3 november 2019

in de voetstappen die ze achterliet
gleden langzaam kiezels, toen zand, toen hoornig vlies
de aarde raakte verweerd
het water bleef niet staan na regen

haar wollen sjaal was de afgrond op tafel
middeleeuws ogende straatstenen gisteren gelegd
januari leek lente van achter glas

nu is ze vrij van wat ze achterhield die dag
rijzen wolkenbergen achter de kale bomen die ons knevelden

13948

gedicht, sonnet
28 oktober 2019

“Mis je haar?”

ik was niet meer met haar bezig
tot kort voor vandaag
maar nu je het zo stelt…
wat een goede vraag.

Suzuki schreef een keer
dat het ego zichzelf vergeet
en juist toen ik dát nodig had
was dat wat ze met me deed

het waren zeker mooie dagen
een oase in de woestijn
maar het bracht ook onbehagen

het is goed zo en ook wel klaar.
alleen nu je het zo vraagt,
ja, dan mis ik haar.

13947

gedicht, haibun

27 oktober 2019

Boven de zwart geworden contouren van de stad hangt een laatste cirruswolk als zijn eigen schaduw in het vervagend blauw van de avondlucht. Twee glasbakken rinkelen om het hardst. De wind die de nachten kouder heeft gemaakt gaat voldaan liggen, een man hangt lege tassen aan zijn fiets.

 

als watervlekken
groeien de nachtschaduwen
de kozijnen in

13942

gedicht, haibun, haiku
22 oktober 2019

vijf uur ’s morgens, een kerkklok, een sirene, dan stil. Theezakjes, een plant die om zich heen grijpt. Donker dat straks langzaam van het balkon zal lekken, tot grommend en percussief de mens de dag aanbreekt. Opnieuw beginnen, maar hoe?

 

grote, kleine geest
na openen van gordijn
de hele wereld

13939

gedicht, haiku
19 oktober 2019

uit hoop geboren
groeit uit lege oliefles
nieuwe plantenstek