13817

gedicht, Klank, vrij
19 juni 2019

er naderde onweer
heldere schichten kon je aan de einder zien
opstekende wind bracht geur van regen, klank van treinen

er zakten wolken door de lucht
boven de daken werd het rood en donker als bij zonsondergang
op een onbewaakt moment stopte een timmerman met spijkers slaan

 

 

13814

gedicht, vrij
17 juni 2019

ze hangt weer voor me
dof moe nevelig grijs
badend in de geur van uitgebrande kroegen
de herinnering wil niet verdwijnen
laat niets zijn zoals het is

13812

gedicht, haiku
14 juni 2019

geluid van regen
het maar niet opkomen van
plant onder plastic

13811

gedicht, vrij
13 juni 2019

Naar buiten kijken met vermoeide ogen hoe het maar blijft regenen. Licht gelukkig, lange weg in zicht. Als ik naar buiten loop slaat een boeggolf van druppels op weg naar zee.

 

13810

gedicht, haiku
12 juni 2019

ergens van boven
zwarte luchten, zwarte inkt
druppels op papier

13807

gedicht, vrij
9 juni 2019

onder het gras de koude grond
in de nevel nog het weer van gisteren
hij houdt van literatuur zegt hij
van het ontwikkelde licht klassiek
en wil terug naar het verleden

het is een leugen vol
harde lijnen en aardappeleters
democratie verkleed als eigen gelijk
hij wil nooit hoeven vrezen
dat hij in opgetrokken nevel

zijn vijand ontmoeten moet

13806

gedicht, haiku
8 juni 2019

zaterdagmorgen
door slaapkamerramen schreeuwt
de man zonder rem

13804

gedicht, haiku
6 juni 2019

mensen op een plein
droge zomerbladeren
hun silhouetten

13803

gedicht, haiku
5 juni 2019

lopen langs de gracht
een hangplant grijpt naar water
drijft dan weer voorbij

13802

gedicht, haibun
4 juni 2019

prettig klam. Verre vliegtuigen imiteren naderend onweer. Links is het donker, rechts is het licht. Onmogelijk gevormde wolken drommen grommend samen. We hebben regen nodig, voor vandaag, voor morgen.

 

naderend onweer
op de donderachtergrond
groeien zwaluwen

13801

gedicht, vrij
3 juni 2019

na een warme dag stroomt frisse lucht naar binnen
de muren al koel, de dag zeker
een plant hangt kalm aan haar eigen gewicht

13797

gedicht, haibun
30 mei 2019

de motregen op hemelvaart. Voor de dauwtrappers komt de dauw uit de lucht dit keer. In het onnaargeestige grijs van de morgen ruisen planten oorverdovend groen.

 

in het hoge gras
slijten zoekende voeten
een verdwijnend spoor

13796

gedicht, haiku
29 mei 2019

het negende uur
uit de laatste vogelzang
loopt de dag al leeg

13795

gedicht, haibun
28 mei 2019

Totale stilte voor de ochtendspits. Een stad nog leeg, niet geblokkeerd door auto’s en lichamen, de lucht nog vrij van uitlaatgas. In het gras besluipt een kat een duif. Als de duif vlucht, zoekt de kat onverstoorbaar verder. Het gras nat, de belofte van regen.

het water tikt op
vormen in stromend water
een blik in de goot

13794

gedicht, haibun
27 mei 2019

Zittend op een kussen groeien namaakrieten matten mijn buikwand binnen. Onbeweeglijk lichaam verbijt, verdooft zich. Lichte wolken in de morgen zijn rustgevend en onheilspellend. Hoofd zakt diep in buik, waar de schedelscherven prikken. Ik kijk haar aan, maar ze kent nog steeds mijn naam niet.

onder avondschemer
overdekt door bonzend hart
klinkt een stem op straat

13793

gedicht, vrij
26 mei 2019

van planten en wat er op leeft
begrijp ik niets
als ik oud word, hoor ik de zwaluwen niet meer,
is geen enkele vraag opgelost.

13792

gedicht, vrij
25 mei 2019

zaterdagavond
een vliegtuigstreep is wolk geworden
ik voel dat ik zie, maar weet niet wie
weet niet waar

13791

gedicht, haiku
24 mei 2019

op een dakterras
valt kraai plastic vogel aan
woest, onbegrepen

13790

gedicht, haiku
23 mei 2019

schrijvend onder de Esdoorn
rimpelen mijn handen
in weerspiegelend water

13785

gedicht, haiku
18 mei 2019

liggend in het park
lengende schaduwletters
de gevluchte Os