13804

gedicht, haiku
6 juni 2019

mensen op een plein
droge zomerbladeren
hun silhouetten

13803

gedicht, haiku
5 juni 2019

lopen langs de gracht
een hangplant grijpt naar water
drijft dan weer voorbij

13802

gedicht, haibun
4 juni 2019

prettig klam. Verre vliegtuigen imiteren naderend onweer. Links is het donker, rechts is het licht. Onmogelijk gevormde wolken drommen grommend samen. We hebben regen nodig, voor vandaag, voor morgen.

 

naderend onweer
op de donderachtergrond
groeien zwaluwen

13801

gedicht, vrij
3 juni 2019

na een warme dag stroomt frisse lucht naar binnen
de muren al koel, de dag zeker
een plant hangt kalm aan haar eigen gewicht

13797

gedicht, haibun
30 mei 2019

de motregen op hemelvaart. Voor de dauwtrappers komt de dauw uit de lucht dit keer. In het onnaargeestige grijs van de morgen ruisen planten oorverdovend groen.

 

in het hoge gras
slijten zoekende voeten
een verdwijnend spoor

13796

gedicht, haiku
29 mei 2019

het negende uur
uit de laatste vogelzang
loopt de dag al leeg

13795

gedicht, haibun
28 mei 2019

Totale stilte voor de ochtendspits. Een stad nog leeg, niet geblokkeerd door auto’s en lichamen, de lucht nog vrij van uitlaatgas. In het gras besluipt een kat een duif. Als de duif vlucht, zoekt de kat onverstoorbaar verder. Het gras nat, de belofte van regen.

het water tikt op
vormen in stromend water
een blik in de goot

13794

gedicht, haibun
27 mei 2019

Zittend op een kussen groeien namaakrieten matten mijn buikwand binnen. Onbeweeglijk lichaam verbijt, verdooft zich. Lichte wolken in de morgen zijn rustgevend en onheilspellend. Hoofd zakt diep in buik, waar de schedelscherven prikken. Ik kijk haar aan, maar ze kent nog steeds mijn naam niet.

onder avondschemer
overdekt door bonzend hart
klinkt een stem op straat

13793

gedicht, vrij
26 mei 2019

van planten en wat er op leeft
begrijp ik niets
als ik oud word, hoor ik de zwaluwen niet meer,
is geen enkele vraag opgelost.

13792

gedicht, vrij
25 mei 2019

zaterdagavond
een vliegtuigstreep is wolk geworden
ik voel dat ik zie, maar weet niet wie
weet niet waar

13791

gedicht, haiku
24 mei 2019

op een dakterras
valt kraai plastic vogel aan
woest, onbegrepen

13790

gedicht, haiku
23 mei 2019

schrijvend onder de Esdoorn
rimpelen mijn handen
in weerspiegelend water

13785

gedicht, haiku
18 mei 2019

liggend in het park
lengende schaduwletters
de gevluchte Os

13783

vrij
16 mei 2019

Over thee (2)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met volle aandacht moet drinken. “Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een betekenisvolle stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben!”.

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.

Altijd als ik die snelle thee drink moet ik denken aan Zambia, waar theedrinken in afgelegen gebieden bijna een ritueel is. Dat zit hem niet in de cultuur, maar in de afwezigheid van stromend water en elektriciteit. Iedereen die ziet dat je thee drinkt weet dat je ruim een half uur met putwater en kooltjes in de weer bent geweest om die thee te bereiden. Ze geven je als vanzelf de tijd om ervan te drinken. Natuurlijk bied je ook thee aan. Bij acceptatie drink je samen en gebruikt weinig woorden.

Sinds Zambia kan ik het nauwelijks over mijn hart verkrijgen om snel te zijn. Mogelijk had één leraar gelijk waar de ander hem niet duidelijk tegensprak.

(In memoriam B.O.)

13782

vrij
15 mei 2019

Over thee (1)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met aandacht moet drinken.
“Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een veelbetekenende stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben.”

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.
Je moet nooit de laatste zijn die klaar is.

Ze kennen elkaar. Ik weet nog steeds niet of er een paradox in besloten ligt.

(In memoriam B.O.)

13781

gedicht, vrij
14 mei 2019

barsten in het plafond
dat dichterbij en maar
niet naar beneden komt.

13780

gedicht, haibun, haiku
13 mei 2019

Bij het vallen van de avond trekt men deuren in het slot. In het klikken hoor je weerkaatsingen van de buitenmuren komen, in het dreunen voel je hun gewicht.

 

stil en laat blauw licht
verstrijkende tijd begraaft
dit huis in het stof

13779

gedicht
12 mei 2019

Boven de stad vallen stapelwolken uiteen, randen rafelend als ooit het Romeinse rijk. Uit een kop thee op de tuintafel stijgen nieuwe rafelranden op, terugkerend vocht dat in wolken zal wonen en overwinteren in de oceaan.

 

kort licht op balkon
achter gisterfeestlichtjes
waait de regen uiteen

13778

gedicht, vrij
11 mei 2019

Juist de nacht voor hij uit het leven wilde stappen
– alles in plastic, de haakjes al aangebracht –
kreeg hij een fatale hartaanval.
Als hij dat geweten had,
hoe het drama hem werd ontnomen!

13777

vrij
10 mei 2019

hard geworden herfstbladeren van vorige herfst geven schaduw aan vroeg openende bloemen. Twee jaren ondersteunen en raken elkaar.