13560

gedicht, vrije vorm

ik droom dat ik zijn lichaam ben
dat hij terugkomt in grauwe kleren
massa van drooggele schilferhuid
zijn laatste ademhaling stokt dan
brozig in de mijne

13558

gedicht, vrije vorm

Boven de Veluwe hangt een nieuwe nevel, gesteund door een grindpad. Een weefwerk van druppels tijd dat er gisteren nog niet was.

Het geloof is weg, in Friesland bouwt men geen torens meer. Hoe verder je ging, hoe meer het blauw van je ogen verdween in dat van de atmosfeer.

13379

gedicht, vrije vorm

(Op de punt van Vlieland (2))

Wie is dit lichaam?
Op maandag en dinsdag
heb ik geen gezicht.

13378

gedicht, vrije vorm

(op de punt van Vlieland)

hoeveel levende wezens heb je al gedood
alleen door hier te lopen?
hoeveel levende wezens heeft het heelal gedood
alleen door het heelal te zijn?

13375

gedicht, vrije vorm

natte geur van vroege lente.
alles barst straks uit:
knoppen bol uit kale bomen
verkeersruis uit schemerzwijgen.
aarzelend kiest het dorp haar dinsdagkleuren
lantaarnlicht groeit hier
in het volle zicht op straat.

13341

gedicht, vrije vorm

eerste schaatsdag
rood gezicht en
koude hand door zonnig haar
snijdende wind en blauwe hemel

zien hoe sneeuwresten smelten
op haar tweedehands jas