13767

vrij
30 april 2019

Van een afstand legde ik het geluid van de Utrechtse Vrijmarkt vast. 48 uur lang liet ik de microfoons draaien, de markt ontstond, doofde uit, werd weer aangewakkerd en uiteindelijk ontmanteld.

Nu voeg ik echo’s toe om de mooie, donkere stadsruis te benadrukken. Elke tik wordt een waterval van klepperende metronoomklikjes, een miljard apen op een typmachine. Zo omarmen we de werkelijkheid, terwijl we haar ontvluchten.

13759

gedicht, vrij
22 april 2019

probeer hem bij elkaar te rapen
van zijn ademhaling tot het water in zijn ogen, zijn alledaags gedrag
de delen die al zijn vergaan
hij is op drift, nooit meer zichzelf
zijn gezicht verhult steeds meer niets dan iets.

Hij is weg.
’s nachts met Pasen droom ik hem terug.

13754

gedicht, vrij
17 april 2019

er kraakt iets van molmig hout
is het de buurvrouw op hakken
is het de buurvrouw die rookt
is het een dakgoot vol wijfelende duiven
stijf en met nekkramp
van het leunen tegen de wind?

13752

gedicht, vrij
15 april 2019

(de gracht, )

ze groeven haar lang geleden
ik denk aan alle dronken mensen
die het water aan de lippen stond

13738

gedicht, vrij
1 april 2019

na zeer lange dag
het hoofd leegmaken
balans hervinden
het hoofd volstoppen
de keel losmaken
moe en leeglopend
Guillaume de Machaut
Messe Nostre Dame
grote kwartklanken
in verhouding tot
dit soort eeuwigheid

13737

gedicht, vrij
31 maart 2019

ze is weg
ze is terug
ze is in beeld
weer aanspreekbaar

13734

gedicht, vrij
23 maart 2019

lezend op de bank zonder te beginnen
pas als ik niet beweeg komen de woorden
ongemoeid in een open ruimte
worden boeken langzaam oud
een leeftijd die zich telt
in mensenhanden

13726

gedicht, vrij
15 maart 2019

zingen in stippen en vlekken
de bolwerken van Hildegard, wit en blauw
verstikken de klaagzang, omsingelen eerdere schedel

een nevel van kabels
van grommend buitenverkeer nog vochtig en nors
smelt in de graven, in de stenen vloer

trillend naar de verdommenis
tik af, zet in, in een koude kapel
breken alsjeblieft de registers open.

13723

gedicht, vrij
12 maart 2019

een nacht wakker, in tintelend donker
in mijn oren zoemt nog de telefoon
in mijn ogen onthullen eerste vlekken zich
net in halfslaap huilde in het raam een vreemd gezicht
in mijn voorhoofd stapelen geuren zich klevend op
groeien in stervorm schimmmelig aan de muur

13721

gedicht, vrij
11 maart 2019

ik heb de luiken dichtgedaan
ben gevlucht achter de gordijnen

als ik nu sterf zullen de meubels zo blijven staan
tot weer het dak te pakken heeft
dan begeleiden de meubels de wind, bemoedigt de wind de meubels
in een open ruimte tussen vier muren
vragen ze elkaar eeuwenlang ten dans

13719

gedicht, vrij
9 maart 2019

tussen de buien door vluchten
dan een boom bevuilen
uit dit doolhof van deuren komen
deze nacht, in deze ruimte
sluiten de gordijnen steeds verder

13710

gedicht, vrij
4 maart 2019

ik schrijf je een brief vol droomloze slaap
over met aangekoekte modderschoenen op houten vloeren aankomen,
het witte stof, de verflucht,
het weer dat je thuis achterliet, waarvan je nu niet weet:
het regent, de basten glimmen nat.

Met de eerste wolken wordt het donker.
De laatsten doen straks het licht uit.

13704

gedicht, vrij
26 februari 2019

de mensen willen zoveel
vooral dingen verkopen
na ons komt de zondvloed
al tot de enkels

13703

gedicht, vrij
25 februari 2019

je moest er eerst omheen
mocht enkel binnen door het hek
er werd met taalboeken geslagen
de grijze, met de mooie cirkels

wolkjes licht stonden onder de Kastanje
tot je ruw werd gewekt
door die taalboeken, zomers dus
er viel een piano van een brandtrap

alles moest uit de grond
uit baksteen moesten nieuwe gebouwen groeien
we balden schoppend en vloekend
tegen een blinde muur

13701

gedicht, vrij
23 februari 2019

in het nog onbegaanbare buiten groeien nieuwe bloemen
maar stil nog, de koppen hangend, het is nacht geweest

hevig gedronken werd er, vriendschappen gesmeed
waarin de jaren uren duurden

dichterbij nu, ze zijn al binnen
ik zou willen

dat het zomer was, dat er gras lag,
dan was ik erbij, werd het een herinnering,

een potloodschets waar de strepen
korrel voor korrel vanaf zouden schuiven.

de muur is dun genoeg om door te spreken.
te jong om dood te gaan vraagt iemand om een sigaret.

zijn voetstappen staan er nog, zondagmorgen,
zijn keel was dik van ontroostbare vreugde.

de vloer plakt, de deur staat open.

er is niemand op de gang.

13700

gedicht, vrij
22 februari 2019

het korstmos op de daken
de koude lucht draagt het tevreden kraken
van een krom stollende kaars

13691

gedicht, vrij
13 februari 2019

als we samen zingen in het Latijn
kunnen we de lucht om ons verwarmen
elkaars gezichten zien, erover praten, weten
dat alles verankerd in beweging is
elk lichaam dat we aanraken vluchtiger
dan elk van ons nu al weet

13690

gedicht, vrij
12 februari 2019

het is al gewoon
het is al sleur
alles is aan afkalving
en schokken reparatie onderhevig

13689

gedicht, vrij
11 februari 2019

daken zweven boven daken,
daarachter grijze asfaltwegen zoals toen in Dunedin de zee.
Je begrijpt het niet, zeg je,
maar het gaat om het staan op deze bolle aarde:
die keert reikhalzend de zon haar en onze wangen toe.

13686

gedicht, vrij
8 februari 2019
drie migrainedromen (3)

sirenes in de nacht
twee tonen toch monotoon
de waaier aan kleur erin
die bij daglicht niet opvalt en stopt
als plaats delict gevonden is