13662

gedicht, haibun, haiku
15 januari 2019
In Drenthe

Kale bomen en akkers met grote plassen water. Sporen van tractors die uit het verleden spreken. Contouren van de sloten door hoog water vervaagd en onduidelijk. Gevallen bladeren, al begonnen met vergaan, worden spoedig door de gulzige grond verzwolgen. Laag licht droogt het land, betrapt haar op heterdaad.

lange schaduwen
lage januarizon
schijnt op natte wei

13651

gedicht, haibun, haiku
4 januari 2019

Een betonnen kubus met aan één kant glas. De vinexwijk zag ik nauwelijks, ik zag een strand dat hier helemaal niet was. Zoals de vele wegen buiten lopen wij langzaam uit elkaar. Je ziet het gebeuren, maar kunt het nauwelijks helpen.

blokkig tuinlandschap
erboven witte vogels
op hun weg terug

13623

gedicht, haibun, haiku

Botten in de regen. Regen die aanklopt op de huid om binnen te mogen. Botten met pijn, een lichaam. De gelijkenis in kleur tussen potloodgrafieten schilfers en een door bureaulamp verlichte sleutelbos. Gisteren was ze opeens daar, nieuw en intelligent.

de misselijkheid
de dagen hecht vervlochten
de troost van regen

13604

gedicht, haibun, vrij

Een meeuw vliegt langs het raam, wachtend op een oostenwind die hem terug naar zee zal blazen. Stalen brandtrap zet uit in horizontale morgenzon. Laatste herfstbladeren klampen zich aan hun takken vast, zullen vallen en als lang verlorenen onder de mensen komen.

 

alle vroegte
in lichte nevel straalt
zon uit duizend ruiten

13603

gedicht, haibun, haiku

de nacht is om ons heen geslopen, zoals ze dat soms doet. Bewegingloos strekt ze zich uit over donkere ramen. Blauw licht door een gordijn bij overbuurvrouw geeft het duister diepte. Dit is hoe stilte oogt, dit is het omhelzend zinkgat van de winterhalf.

Heldere herfstnacht
ronde, slapende schoorsteen
weerkaatst diepdonker

13567

gedicht, haibun

zo ligt ze daar open, kwetsbaar,
zij die ik zo heb begeerd.
gulzig tot de kuil tussen haar borsten
is ze, het daverend kabaal dat de hemel breekt.
scheuren in klare lucht opent ze
waar ik roer- en hulpeloos oplossend
vergeefs in verkeer.

 

Het geluid van een piano klinkt ver. Blauwe, atonale golven. Ze speelt de balken uit mijn hoogslaper, het zuchten van de trage nazomerzonsondergang. In wat ze speelt hoor ik wie ze is. Beklim de ladder naar mijn ogen. Leg je onhoudbaar naast me neer.
Blijf hier, kom boven, blijf.

13446

gedicht, haibun

Het gonst van straksklinkende klokken, van radiotoestellen waar de spanning af is. De stad is windstil zwijgzaam. Boom vertakt zich koel de schemering in.

schaduwen van rijst
sporen in de vensterbank
kom onaangeroerd