13603

gedicht, haibun, haiku

de nacht is om ons heen geslopen, zoals ze dat soms doet. Bewegingloos strekt ze zich uit over donkere ramen. Blauw licht door een gordijn bij overbuurvrouw geeft het duister diepte. Dit is hoe stilte oogt, dit is het omhelzend zinkgat van de winterhalf.

Heldere herfstnacht
ronde, slapende schoorsteen
weerkaatst diepdonker

13567

gedicht, haibun

zo ligt ze daar open, kwetsbaar,
zij die ik zo heb begeerd.
gulzig tot de kuil tussen haar borsten
is ze, het daverend kabaal dat de hemel breekt.
scheuren in klare lucht opent ze
waar ik roer- en hulpeloos oplossend
vergeefs in verkeer.

 

Het geluid van een piano klinkt ver. Blauwe, atonale golven. Ze speelt de balken uit mijn hoogslaper, het zuchten van de trage nazomerzonsondergang. In wat ze speelt hoor ik wie ze is. Beklim de ladder naar mijn ogen. Leg je onhoudbaar naast me neer.
Blijf hier, kom boven, blijf.

13446

gedicht, haibun

Het gonst van straksklinkende klokken, van radiotoestellen waar de spanning af is. De stad is windstil zwijgzaam. Boom vertakt zich koel de schemering in.

schaduwen van rijst
sporen in de vensterbank
kom onaangeroerd

13445

haibun

Bij zonsondergang, laat om de lente. Groot licht werpt schijn vanachter de horizon, vangt vervliegende wolken in bundels wittig oranje. Mouw van blouse werpt schaduw door plastic dak, verbuigt het vallen van de avond. Buren praten, alcohol-hard, dan weer vrolijk, dan weer ernstig. Kom maar, kom maar tot leven.

 

geur van barbecue
zon zakt in bakstenen huis
de lucht vol stemmen

13346

haibun

(Als licht op de lichtsnelheid reist, reist het dan nog door de tijd?)

Het licht schijnt hier elke avond hetzelfde. Ze valt alleen anders op de ruggen van de boeken die elke dag onzichtbaar en sluipenderwijs verder vergaan.

 

 

licht van bureaulamp
verdwijnt in grijze schemer
is het nog avond?

13331

gedicht, haibun

De dag komt ten einde. De radio speelt: kou. Duisternis en warmte klemmen reflecterend glanzend nachtglas tussen zich in. Ik zie op tegen dagen die komen, dagen waarop ik me tegelijkertijd verheug. Ik verheug me eindeloos tegen de dagen op.

 

avond valt
zodra de vorst komt
rijdt ze van me weg
op winterglazen schaatsen