13007

gedicht, sonnet

Nachtsonnet

mijn hart stond maandenlang in brand
en steeds opnieuw zeg ik gedag
weet dat ik niets meer zeggen mag
kijk daarom naar de sterrenstand

recht boven staat de grote beer
ik kan niet slapen, droom maar wat
door een oude boom met groeiend blad
kijkt Sirius op alles neer

de stilte van de diepe nacht
doet vragen: ‘maar wat wil je dan?’
ik vul haar op en zing heel zacht

denk te diep na, er komt geen plan
maar één besef blijft ferm van kracht
men verlangt wat men niet hebben kan