13604

gedicht, haibun, vrije vorm

Een meeuw vliegt langs het raam, wachtend op een oostenwind die hem terug naar zee zal blazen. Stalen brandtrap zet uit in horizontale morgenzon. Laatste herfstbladeren klampen zich aan hun takken vast, zullen vallen en als lang verlorenen onder de mensen komen.

 

alle vroegte
in lichte nevel straalt
zon uit duizend ruiten