13612

gedicht, vrije vorm

eerst iets over ze zeggen,
die ‘verdomde dingen’,
zoals ze daar staan,
vol van omvang,
te stormen in elektrisch licht.

dan in naam der lieve vrede
en omwille van het weer
naar buiten kijken:
is het heelal er nog, buiten dit?
anders ga ik terug naar bed.

dan nog goed zijn:
daden maken van
voeding die uit daden kwam
omwille van hen die een hoofd hebben
hier buiten in de grote liederenbol.

ook nog eens ophouden:
een te dik boek op schoot hebben,
vermoeidheid hangend als een oude jas,
als nevel over weilanden.
dan uitstappen

voor de cyclus is voltooid.