13621

gedicht, vrije vorm

vervloekt werden ze, in donkerder tijden.
dat het eindeloze zuchten van dag en nacht toch
op de tollende aarde neerstorten zou
de scherven op de alomvattende schedel
de brokken in de bodemloze spiraal.

ondanks dat niemand ze uitnodigt
blijven de ochtenden standvastig komen.