13701

gedicht, vrij
23 februari 2019

in het nog onbegaanbare buiten groeien nieuwe bloemen
maar stil nog, de koppen hangend, het is nacht geweest

hevig gedronken werd er, vriendschappen gesmeed
waarin de jaren uren duurden

dichterbij nu, ze zijn al binnen
ik zou willen

dat het zomer was, dat er gras lag,
dan was ik erbij, werd het een herinnering,

een potloodschets waar de strepen
korrel voor korrel vanaf zouden schuiven.

de muur is dun genoeg om door te spreken.
te jong om dood te gaan vraagt iemand om een sigaret.

zijn voetstappen staan er nog, zondagmorgen,
zijn keel was dik van ontroostbare vreugde.

de vloer plakt, de deur staat open.

er is niemand op de gang.