13710

gedicht, vrij
4 maart 2019

ik schrijf je een brief vol droomloze slaap
over met aangekoekte modderschoenen op houten vloeren aankomen,
het witte stof, de verflucht,
het weer dat je thuis achterliet, waarvan je nu niet weet:
het regent, de basten glimmen nat.

Met de eerste wolken wordt het donker.
De laatsten doen straks het licht uit.