13913

gedicht, haibun
23 september 2019

Vóór zonsopgang, vóór de ochtendspits. Eigen voetstappen komen boven het verkeersgeluid uit, zachte regen ruist fluisterend over de gracht. Café’s worden vast met drankvatten gevuld, een klok schijnt als een maan. Een montere man werpt een hartelijk ‘goedemorgen!’ door een stevige wolk sigarettenrook. Knikkend naar de stenen gebouwen zwengelt hij een bladblazer aan, die hees bulderend de dag begroet. Het zijn de nieuwe hanen, ze liefkozen de belofte en wenken de zon.

vlak voor equinox
ochtendlicht nog niet feller
dan de daglichtlamp