13624

gedicht

tijdlus (bij bodhidag)

onder een boom zat Gotama
te puzzelen over een drama
zijn lippen getuit
want hij kwam er niet uit
‘wie noemt zichzelf nou een lama?’

13623

gedicht, haibun, haiku

Botten in de regen. Regen die aanklopt op de huid om binnen te mogen. Botten met pijn, een lichaam. De gelijkenis in kleur van potloodgrafieten schilfers en een door bureaulamp verlichte sleutelbos. Gisteren was ze opeens daar, nieuw en intelligent.

de misselijkheid
de dagen hecht vervlochten
de troost van regen

13622

gedicht, haiku

1.

een dag vol vriendschap
oogcontact over tafel
warme stem-banden

2.

theekopjes op een rij
beige mat in de zendo
samen ópletten

3.

matras in Utrecht
met een glimlach verslapen
tot de Boevenklok

13621

gedicht, vrije vorm

vervloekt werden ze, in donkerder tijden.
dat het eindeloze zuchten van dag en nacht toch
op de tollende aarde neerstorten zou
de scherven op de alomvattende schedel
de brokken in de bodemloze spiraal.

ondanks dat niemand ze uitnodigt
blijven de ochtenden standvastig komen.

13620

gedicht, klankdagboek, vrije vorm

ze laat los en begint haar dwarrelende reis
langs knopen, knoesten, korsten en buiken
flirt met de weerstand, bewijst het bestaan
van brullende bladblazers op een blauwe morgen

 

 

13613

gedicht, vrije vorm

middeleeuwse gezangen vanaf een cassettebandje
koor van magnetische deeltjes
boort door schedel, vormt zich tot een hoofdpijnwolk

stemmen van metaal: samen met alles dat verzacht
stikken in de zoete geur van wierook